Marian Breedveld
In Stedelijk Museum Schiedam




06 Sep - 29 Nov 2009

Stedelijk Museum Schiedam
Hoogstraat 112-114
3111 HL Schiedam
Tue-Sun 10.00-17.00
010-24603666
www.stedelijkmuseumschiedam.nl

Marian Breedveld
6 september - 29 november 2009


Het Stedelijk Museum Schiedam presenteert van 6 september tot en met 29 november 2009 de eerste solotentoonstelling van Marian Breedveld (Den Haag, 1959) in Nederland. De tentoonstelling laat een royaal overzicht van haar werk zien. Het museum bezit een aantal werken van de kunstenaar, die behoren tot de kerncollectie ‘koele abstractie'. Marian Breedveld heeft binnen de abstracte schilderkunst haar eigen weg gevonden. In haar schilderijen zijn het proces, het resultaat, de materie en de voorstellingsloze voorstelling allemaal even belangrijk. Haar doel is vanuit de materie de beleving van een grenzeloosheid in tijd en ruimte voelbaar te maken. Breedveld speelt in haar werk met de mogelijkheid dat de toeschouwer in die ruimtelijkheid verdwijnt maar teruggeroepen wordt door de aanwezigheid van de verf als substantie.

Breedveld begint elk schilderij met het aantasten van het witte, maagdelijke doek door het te besmeuren met willekeurige kleuren in ongerichte bewegingen. Hieruit ontstaat voor haar een aanleiding om door te gaan en is het een uitdaging om uit die amorfheid een beeld te voorschijn te halen.

De schilderijen liggen horizontaal als ze eraan werkt. Zij laat hiermee het klassieke perspectivisch schilderen los. Er is geen verdwijnpunt meer in het werk aanwezig: het is puur een vlak met verf. Laag over laag, nat in nat brengt zij de olieverf met horizontale verfstreken op het doek aan. Door de herhaling van het gebaar ontwikkelt het werk zich. De verfstreek is elementair, de beweging, of het nu horizontale of cirkelvormige streken zijn, heeft geen betekenis.
De kleuren mengen zich, maar de verfstreken blijven zichtbaar. De verschillende lagen worden net zolang aangebracht tot er volgens Breedveld sprake is van een ‘doorleefd oppervlak'. Tot er een beeld ontstaat dat ze in haar greep heeft. De kleuren zijn niet afgesloten of afgedekt, alle verschillende lagen en kleuren zijn opgenomen in het schilderij.

Deze fundamentele benadering van de schilderkunst is voor Marian Breedveld geen doel op zich. Het is een beginpunt vanwaar ze verder kan. Het herhalen van verfstreken werkt meditatief voor Marian Breedveld, waardoor ze tijdens schilderen zelf het gevoel van grenzeloosheid van tijd en ruimte ervaart.
Als de werken klaar zijn en aan de wand hangen is te zien wat de werking van het schildersproces is. Doordat de meeste werken horizontaal van formaat zijn en de horizontale lijnen van de verfstreken duidelijk zichtbaar blijven, ontstaat, ondanks dat Breedveld geen perspectief in haar werk toepast, de suggestie van diepte en een illusie van landschappen of atmosferische ruimte. Die illusie wordt aan de randen van het werk weer ontkend door de dikke lagen verf die zichtbaar blijven. Breedveld speelt in haar werk met de mogelijkheid dat je als toeschouwer in de ruimtelijkheid verdwijnt maar teruggeroepen wordt door de aanwezigheid van de verf als substantie.

In de loop der jaren veranderen de kleuren van modderige en aarden kleuren naar helle meer atmosferische kleuren. Aanvankelijk waren de verfstreek en de beweging belangrijker: de kleuren dienden de substantie. Tegen het einde van de jaren negentig is een intuïtieve keuze van kleuren even belangrijk geworden. Het gaat Breedveld niet om de kleuren als zodanig maar om verschillen tussen kleuren om nuances en gradaties. Het meest interessant zijn in die zin de kleuren die niet langer benoemd kunnen worden, omdat die zich in de meest letterlijke zin ‘tussen' de bekende kleuren ophouden. De felle kleuren geven licht aan de schilderijen waardoor ze in tegenstelling tot de meer aarden werken materie- en gewichtloos lijken. Het licht komt voort uit de materialiteit van verf. De interactie tussen de kleurverschillen produceert het licht.

Monografie
Gelijktijdig met de tentoonstelling verschijnt een rijk geïllustreerde monografie over het werk van Marian Breedveld. Ernst van Alphen en Marc Donnadieu geven vanuit een eigen invalshoek een visie op haar werk. Het boek (128 pagina's, ca 100 illustraties in kleur Nederlands/Engels/Duits/ Frans, ISBN 978 90 78964 36 0) wordt uitgegeven door Uitgeverij Thieme Art, Deventer en is voor € 34,95 te koop in de museumwinkel van het Stedelijk Museum Schiedam en in de boekhandel.



Diana A. Wind

‘Er is altijd meer dan je kunt zien, iets anders…..’*

Abstracte schilderkunst kent sinds een eeuw vele gezichten. Maurice Denis verklaarde in 1890 dat een schilderij een plat vlak is bedekt met kleuren die op een bepaalde manier zijn geordend. Dit is het startschot voor kunstenaars geweest om te experimenteren. Cézanne, Picasso en Malevich zijn grote vooroorlogse voorbeelden. Zij reduceerden de imitatie van de werkelijkheid tot kleurvlakken of lieten het centrale perspectief los dat sinds de renaissance het uitgangspunt was. Door deze beroemde voorgangers konden na de Tweede Wereldoorlog de colorfield painters zoals Jackson Pollock nog een stap verder gaan. Pollock gebruikte geen schildersezel meer, maar legde het doek op de grond en liet de verf er van bovenaf regieloos op druipen.

Op de schouders van deze reuzen heeft Marian Breedveld (Den Haag, 1959) binnen de abstracte schilderkunst haar eigen weg gevonden. Zonder het gevoel te hebben dat de kopstukken van de twintigste eeuw over haar schouder meekijken, heeft zij zich al hun verworven vrijheden eigen gemaakt.

In haar schilderijen zijn het proces, het resultaat, de materie en de voorstellingsloze voorstelling allemaal even belangrijk. Haar doel is vanuit de materie de beleving van een grenzeloosheid van ruimte en tijd voelbaar te maken.

Marian Breedveld schildert abstract, dat kreeg voor haar nog meer betekenis tijdens een bezoek aan een van de musea in Madrid. Zij zag een schilderij van een ruiter te paard van Velasquez. Wat haar toen opviel was dat wanneer je als kijker inzoomt naar details in het schilderij zoals knopen op een jas, die slechts bestaan uit een paar verftoetsen. Deze omslag van voorstelling naar verf, van illusie naar materiaal intrigeert haar. Zij heeft in haar werk deze illusie van een knoop verwerkt tot zelfstandige abstracte schilderijen waarin grote verftoetsen als bollen van dikke verf zich opeenstapelen en verdringen op het doek zoals in het werk uit 1989 uit de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen.

Breedveld begint elk schilderij met het aantasten van het witte, maagdelijke doek: ‘Als een doek netjes is, dan ben ik heel voorzichtig. En deze voorzichtigheid moet ik kwijt zien te raken, want dan kan ik doen waar het mij om gaat. De aanvankelijk ongerichte bewegingen en kleurkeuzes zijn een provocerende, radicale daad en zij vormen het terugkerend ritueel, dat elk beginnen begeleidt. Want eerst dan, na de besmeuring van het smetteloze doek ontstaat de aanleiding om door te gaan. Het is mijn persoonlijke uitdaging om uit die amorfheid een beeld te voorschijn te halen.’*

De schilderijen liggen horizontaal als ze eraan werkt. Zij laat hiermee, zoals Pollock, het klassieke perspectivisch schilderen los. Er is geen verdwijnpunt meer in het werk aanwezig: het is puur een plat vlak met verf.

Breedveld werkt aan meerdere doeken tegelijk en loopt er tussendoor of kijkt soms vanaf een ladder om afstand te nemen van het werk. Laag over laag en kleur over kleur brengt Breedveld olieverf in herhaalde horizontale verfstreken nat in nat aan. De verfstreken blijven zichtbaar, de kleuren mengen zich. De kleuren verdwijnen in een dikke laag verf totdat de kunstenaar vindt dat er sprake is van een ‘doorleefd oppervlak’: ‘Ik schilder net zo lang, tot ik een ‘doorleefd’ oppervlak heb; net zo lang tot ik het beeld in mijn greep heb, ook in de diepte, in al zijn lagen. Het is dus zeker niet zo dat er iets afgedekt wordt, en wat eerder bestaan heeft, verdwijnt. Integendeel, alles wat onder het oppervlak zit, wordt gekoesterd en is opgenomen in het schilderij dat uiteindelijk als een zwaar, zwevend blok aan de wand hangt.’*

Door de herhaling van het gebaar ontwikkelt het werk zich. De verfstreek is elementair, de beweging, of het nu horizontale of cirkelvormige streken zijn, heeft geen betekenis. Deze systematische manier van werken noemt men een fundamentele benadering van de schilderkunst. De fundamentele schilderkunst is abstract en heeft geen relatie tot zaken buiten het kunstwerk zelf; de werkwijze van het schilderen en de schilderkunstige grondbeginselen staan centraal. Veel kunstenaars concentreren zich op het onderzoek van de formele aspecten van de schilderkunst, zoals formaat, grootte, schaal, kleur, lijn, vorm, textuur en materialen. Voor Breedveld is dit een beginpunt, geen doel op zich zoals dat voor kunstenaars in de afgelopen decennia wel zo is. Kunstenaars als Peter Struycken, Jaap van den Ende en Rob van Koningsbruggen gaan uit van een rekenkundige of seriële reeks die leidt tot meetkundige abstractie. Bij Marian Breedveld is de herhalende beweging meer een meditatieve bezigheid: ‘… in de concentratie van je denken wordt dan het scherm met beelden dat je met je meedraagt, leeggemaakt. Zo ontstaat er ruimte om ervaringen samen te vatten, te comprimeren tot iets dat tastbaar wordt. Als ik aan een schilderij werk bijvoorbeeld, dan ben ik volledig gedachteloos als wanneer ik mij in een landschap bevind. Dan ben ik met het materiaal, waar ik mij krachtig doorheen werk. Dit zijn gedachteloze momenten, zonder illusies, een louter rondgaan van een punt ergens in de ruimte naar een voorlopig einde’*

Als de werken klaar zijn en aan de wand hangen is pas echt te zien wat de werking is. Doordat de meeste werken horizontaal van formaat zijn en de horizontale lijnen van de verfstreken duidelijk zichtbaar blijven, ontstaat, ondanks dat Breedveld geen perspectief in haar werk toepast, de suggestie van diepte en een illusie van landschappen of atmosferische ruimte. Die illusie wordt aan de randen van het werk weer ontkend door de dikke lagen verf die zichtbaar blijven. Breedveld speelt in haar werk met de mogelijkheid dat je als toeschouwer in de ruimtelijkheid verdwijnt maar teruggeroepen wordt door de aanwezigheid van de verf als substantie.

In de loop der jaren veranderen de kleuren van modderige en aarden kleuren naar helle meer atmosferische kleuren. Aanvankelijk waren de verfstreek en de beweging belangrijker: de kleuren dienden de substantie. Tegen het einde van de jaren negentig is een intuïtieve keuze van kleuren even belangrijk geworden. Het gaat Breedveld niet om de kleuren als zodanig maar om verschillen tussen kleuren om nuances en gradaties. Het meest interessant zijn in die zin de kleuren die niet langer benoemd kunnen worden, omdat die zich in de meest letterlijke zin ‘tussen’ de bekende kleuren ophouden. De felle kleuren geven licht aan de schilderijen waardoor ze in tegenstelling tot de meer aarden werken materie- en gewichtloos lijken. Het licht komt voort uit de materialiteit van verf. De interactie tussen de kleurverschillen produceert het licht.

Het spel van verf en kleur is niet te beschrijven of te onthouden. De toeschouwer kijkt naar een werk van Breedveld en denkt dat hij het echt heeft gezien en het dus zal onthouden, maar even later kan hij het zich niet meer precies herinneren welke kleuren het zijn, hoe de kleuren in elkaar overlopen en waar het licht zich losmaakte uit het schilderij. Zoals Marian Breedveld het zelf zegt: ‘Er is altijd meer dan je kunt zien, iets anders…..’*

* De citaten zijn afkomstig uit: Irene Veenstra, Te midden van gedachteloze momenten. Het werk van Marian Breedveld , Ons Erfdeel, Jaargang 40, 1997, blz. 38 – 45.